Hey iedereen,
De laatste keer dat we iets van ons lieten horen zaten we midden in ons Australie avontuur. We waren nog nat van het duiken en die Lange was nog in ons midden. Inmiddels is Australie verruild voor Nieuw Zeeland en zit die Lange weer veilig in Nederland. Wat er in de tussentijd allemaal is gebeurd? Behoorlijk veel dus pak een goede fles wijn, wat borrelnootjes, kaasplankje misschien en lees gezellig met ons mee.
Na onze duik/snorkeltrip in Cairns hebben we een relaxt dagje aan het strand doorgebracht om nog eventjes van de Australische kust te kunnen genieten. Daarna werd het echt tijd om de oceaan achter ons te laten. De zee en zijn bewoners kenden geen geheimen meer voor ons en we moesten voorzichtig aan de terugreis gaan denken. In plaats van
noordwaards zijn we daarom landinwaards getrokken.
Onze eerste bestemming was Kuranda, een dorpje midden in het regenwoud. Hier hebben we een paar wandelingen door de jungle gemaakt. Hadden we in Thailand ook al gedaan, maar hier was het veel minder droog en daardoor veel mooier. Iets buiten Kuranda hebben we nog een waterval bekeken en toen zijn we een slaapplek gaan zoeken. Uiteindelijk zijn we in een nationaal park in de buurt van Kuranda beland. Ook hier bleek een waterval te zijn. Omdat we er toch waren zijn we die de volgende ochtend maar gaan bekijken. Goede keus, want hoewel we er ondertussen al heel wat hebben gezien bleek dit toch wel de mooiste van allemaal. Hoog en veel water. Precies wat wij van een waterval verwachten. Om ons gebrek aan douchebeurten te verbloemen hebben we daar nog wat gezwommen en zijn daarna door gegaan naar Granite Gorge. Dit is een gebied dat bekend staat om zijn tamme walibies. Ze leven wel in het wild, maar zijn totaal niet bang voor mensen. We konden ze gewoon aaien en op een gegeven moment stonden er zeker tien om ons heen. Nu zijn wij behoorlijk populair, maar zelfs voor ons was dit nieuw. Die Lange had zelfs aandacht van een vrouwtje met kind (in de buidel). Waarschijnlijk had dat laatste te maken met het voer in z’n handen, maar het was in ieder geval erg leuk om ze van zo dichtbij te zien.
Na ons walibie bezoek werd het toch echt tijd om naar het zuiden te reizen. Australie is namelijk nogal groot dus je bent zo maar niet aan de andere kant. Daarnaast wilden we in het zuiden ook nog het een en ander zien. Met enige tegenzin zijn we dus afgereisd. Tegenzin omdat, in tegenstelling tot jullie kant van de aarde, het weer hier slechter wordt als je zuidwaarts gaat. Van 25 graden en zonnig naar 15 graden en bewolkt…
Het plan was om via de Outback naar Adelaide te rijden. Natuurlijk een schitterend plan en we hebben het daarom gelijk uitgevoerd. Na een paar honderd kilometer kwamen we er echter achter dat de meeste wegen in de Outback helemaal niet verhard zijn. Klein detail. Hadden we misschien even naar moeten kijken. Maar goed, we stonden er nu toch en met Belgie als buurland ben je wel wat gewend zou je denken. Wij gewoon die onverharde weg op gegaan dus… En weer terug gekomen. Met 50 over een zandpad hobelen in een oud busje vol met flessen, bestek en service is net zo comfortabel als het klinkt. We trilden echt alle kanten op en Elmar hebben we pas twee dagen later helemaal achterin
het busje terug gevonden.
Verstandig als we zijn hebben we de rest van de reis zorgvuldig uitgestippeld. Uiteindelijk zijn we zo ver mogelijk de Outback in gegaan zonder de verharde wegen te verlaten. De angst dat we hierdoor de echte Outback zouden missen bleek ongegrond. We hebben letterlijk duizenden kilometers door een droog en dor landschap gereden. Kilometers lang zagen we alleen maar dor gras en droge (rode) grond. Hier en daar stonden wat bomen, maar daar had je ook alles mee gehad. Verder was het continue rechtdoor rijden met om de paar honderd kilometers een tankstation. Dat klinkt misschien saai, maar het is toch wel iets bijzonders. Wij kunnen geen gebied in Europa bedenken dat een beetje in de buurt komt. Alles is zo ontzettend wijds en afgelegen. Radio was dan ook niet te ontvangen, maar gelukkig hadden
we een driedubbele cd vol met rock classics. Allemaal kneiterharde hits uit de jaren 80 met meezingers als ‘The power of love’ en ‘Total eclipse of the heart’. Ontzettende ruk muziek dus, maar na duizend kilometer rechtdoor rijden zing je alles mee.
Na twee dagen rijden kwamen we onze eerste fantsoenlijke stad tegen: Broken Hill. Daarvoor waren we ook al wat plaatsjes tegen gekomen, maar deze waren ontzettend klein en/of ontzettend arm. Dorpjes waar wij als buitenstaanders toch wel even goed werden bekeken. Niet iets waar je gezellig een dagje blijft dus. In Broken Hill was dat wel anders. Dit is een redelijk grote stad met veel industrie. De stad is ontstaan doordat hier vroeger veel zilver werd gevonden en nog steeds heeft het de grootste zilvermijn ter wereld. In deze stad zijn we weer van ons reisritme afgestapt. Niet meer hele dagen rijden, maar ook wat ondernemen. Bijvoorbeeld een rondleiding door de oudste mijn van Broken Hill. De rondleiding stelde niet heel veel voor (nog geen uur lang), maar het was leuk en interessant om te zien hoe ze vroeger in de mijnen werkten. Op aanraden van onze gids zijn we daarna naar Silvertown gegaan. Een kleine dorpje midden in het uitgestrekt Outback landschap. Het leek zo uit een western film te komen, inclusief western bar. Dat was ook gelijk het laatste dat we van de Outback hebben gezien, want daarna zijn we op weg gegaan naar Adelaide.
Na een rit van ongeveer 500 kilometer waarin het landschap langzaam groener werd, stonden we met ons busje in Adelaide. Qua grote is deze stad te vergelijken met Brisbane. Met ongeveer een miljoen inwoners is het groter dan Amsterdam, maar een wereldstad is het niet te noemen. Verder staat het vooral bekend om zijn musea en wijnen. Omdat die Lange leeft bij het motto ‘een goede wijn is nog geen bier’ hebben wij het maar bij een museum gelaten. Om precies te zijn het luchtvaartmuseum. Lekker een ochtend vliegtuigen bekijken, pilootje spelen en aan knopjes zitten. In dit museum kwamen we er ook achter dat Elmar zeker een centimeter korter dan Koen is. Elmar kon namelijk veel
verder onder een vliegtuig door lopen zonder zijn hoofd te stoten. Die lange deed ook mee, maar stond natuurlijk al gelijk aan het begin geparkeerd. Na dit voorval heet Elmar dan ook officieel ‘dat kleintje’. Gelieve hem zo aan te spreken als jullie hem nog eens zien in Nederland.
Na ons bezoek aan het museum zijn we met de reis naar Melbourne begonnen. Tijdens het eerste deel van die route hebben we ‘blue lake’ bezocht. Dit meer in een vulkaankrater is tot op de dag van vandaag een wetenschappelijk raadsel. In de zomer kleurt het water helder blauw terwijl het in de winter langzaam grijs wordt. Gelukkig waren wij er in de winter zodat we van de spectaculaire blauwe kleur niets gezien hebben. Toch was het uitzicht ook in deze tijd van het jaar de moeite waard.
Het tweede deel van de route naar Melbourne bestond uit de Great Ocean Road. Een van de mooiste kustwegen ter wereld aangeleg door eerste wereldoorlog veteranen. Naast een ontzettend mooie route is het gelijk een monument voor diezelfde veteranen. Voor ons was het vooral het laatste deel van onze Australie reis. Vol verwachtingen, maar toch ook een ietwat sentimenteel zijn we daarom aan deze reis begonnen.
Al snel werd duidelijk dat onze reisgidsen niet gelogen hadden. De 300 kilometer lange route is inderdaad heel indrukwekkend. Het eerste deel bestaat vooral uit een hoge rotskust. Overal zijn vreemde rotsformatie door de golven uitgehouwen en de zee was behoorlijk wild. In dit gebied worden ook veel walvissen gezien, maar niet door ons. Misschien hadden we iets langer bij het uitkijkpunt moeten blijven, maar daar was het weer niet naar. Voordeel van dit weer was wel dat het niet zo druk was. Als we een bijzonder punt langs de route gingen bekijken was het meestal heel rustig. Alleen bij de 12 apostelen (12 rotsen in de zee waarvan er inmiddels nog maar 8 staan) was het ontzettend druk.
Hier kwamen bussen vol met Aziaten die werkelijk overal foto’s van maakten. Staan ze 300 meter van de ECHTE 12 apostelen af, gaan ze een foto maken van een RECLAMEBORD! Eentje maakte zelfs een foto van het wc gebouw. Moet hij natuurlijk helemaal zelf weten, maar daar zakt bij ons de broek wel van af. Omdat dit nogal moeilijk loopt zijn wij toen
maar weg gegaan. Onze foto’s zijn trouwens wel de moeite waard.
Na de Twaalf apostelen verliet de great oceaan road de kust even om het regenwoud in te gaan. Ook hier zijn we rustig doorheen gereden en toen we er uit kwamen zijn we een slaapplek gaan zoeken. De volgende dag zijn we aan het laatste deel begonnen. Hier kronkelde de weg letterlijk langs de zee en dit was misschien wel het mooiste stuk. Op dit deel zijn we ook onze eerste en enige wilde koala tegen gekomen. Hij zat aan de rand van de weg en hij was niet van plan om weg te gaan. Dat de auto’s hem moesten ontwijken boeide hem helemaal niks. Echt ongelooflijk hoe makkelijk en rustig die beesten zijn. Nergens van onder de indruk. Na wat foto’s te hebben gemaakt wilden we hem wegjagen (hij zat nog steeds op de weg), maar het deed hem weinig. Een toeterend busje? Hij keek geen eens om. Een schreeuwende Elmar? Kreeg
hij een beetje kriebel van onder z’n oksel. Uiteindelijk hobelde hij toch maar naar de bosrand, maar ik betwijfel of dat door ons kwam.
Na de great ocean road zijn we Melbourne ingereden. Gewoon om Melbourne bij nacht eens te zien. Daarna hebben we het busje in de buurt van het vliegveld gezet en was onze roadtrip door Australie echt voorbij. Alles bij elkaar hebben we zo’n 7800 australische kilometers afgelegd. Hemelsbreed is dat de afstand tussen Rotterdam en Willemstad, Curacao! De volgende dag hebben we het busje uitgeruimd en zijn naar het vliegtuig gegaan. Daar is die Lange op het vliegtuig naar Amsterdam gestapt. Na de paspoortcontrole liet hij zich nog even zien om daarna niet meer terug te komen. Zijn maat 52 is het laatste wat we van hem zagen…
Wij zijn nog een paar dagen in Melbourne gebleven en hebben daar ons busje ingeleverd. Hoewel ons bezoek maar een paar dagen was hebben we redelijk wat gezien. De eerste dag hebben we een balletje getrapt op baan 18 van de Australian open en de botanische tuinen bekeken. De tweede dag zijn we naar het Melbourne museum geweest met o.a. een tentoonstelling over de Titanic. Die nacht hebben we een taxi naar het vliegveld genomen en om 7:15 zijn we naar Auckland vertrokken. We hadden die nacht niet geslapen en dat was te merken in het vliegtuig. Nog voor het opstijgen lagen we al te slapen en we werden pas wakker toen we hoog in de lucht zaten.
In Auckland zijn we nu een paar dagen. Het lijkt hier veel op Australie, maar Auckland is lang niet zo boeiend als Melbourne. Eigenlijk is het niet zo’n bijzondere stad, maar we blijven hier nog een nachtje zodat we het Nederlands Elftal kunnen bekijken. Morgen gaan we weer een Wicked van huren zodat we het Noordelijke eiland kunnen verkennen. Daarna nemen we waarschijnlijk een vliegtuig naar het veel mooiere Zuidelijke eiland. Onderweg hopen we ergens te skydiven en gletsjers te bezoeken. Maar goed, dat horen jullie dan wel weer. Wij gaan ons nu opmaken voor Nederland-Denemarken.
Groeten,
Elmar en Koen
Ps. het volgende bericht staat onder het kopje Nieuw-Zeeland.







































































