Laatste deel Australie

June 14, 2010

Hey iedereen,

De laatste keer dat we iets van ons lieten horen zaten we midden in ons Australie avontuur. We waren nog nat van het duiken en die Lange was nog in ons midden. Inmiddels is Australie verruild voor Nieuw Zeeland en zit die Lange weer veilig in Nederland. Wat er in de tussentijd allemaal is gebeurd? Behoorlijk veel dus pak een goede fles wijn, wat borrelnootjes, kaasplankje misschien en lees gezellig met ons mee.

Na onze duik/snorkeltrip in Cairns hebben we een relaxt dagje aan het strand doorgebracht om nog eventjes van de Australische kust te kunnen genieten. Daarna werd het echt tijd om de oceaan achter ons te laten. De zee en zijn bewoners kenden geen geheimen meer voor ons en we moesten voorzichtig aan de terugreis gaan denken. In plaats van
noordwaards zijn we daarom landinwaards getrokken.

Onze eerste bestemming was Kuranda, een dorpje midden in het regenwoud. Hier hebben we een paar wandelingen door de jungle gemaakt. Hadden we in Thailand ook al gedaan, maar hier was het veel minder droog en daardoor veel mooier. Iets buiten Kuranda hebben we nog een waterval bekeken en toen zijn we een slaapplek gaan zoeken. Uiteindelijk zijn we in een nationaal park in de buurt van Kuranda beland. Ook hier bleek een waterval te zijn. Omdat we er toch waren zijn we die de volgende ochtend maar gaan bekijken. Goede keus, want hoewel we er ondertussen al heel wat hebben gezien bleek dit toch wel de mooiste van allemaal. Hoog en veel water. Precies wat wij van een waterval verwachten. Om ons gebrek aan douchebeurten te verbloemen hebben we daar nog wat gezwommen en zijn daarna door gegaan naar Granite Gorge. Dit is een gebied dat bekend staat om zijn tamme walibies. Ze leven wel in het wild, maar zijn totaal niet bang voor mensen. We konden ze gewoon aaien en op een gegeven moment stonden er zeker tien om ons heen. Nu zijn wij behoorlijk populair, maar zelfs voor ons was dit nieuw. Die Lange had zelfs aandacht van een vrouwtje met kind (in de buidel). Waarschijnlijk had dat laatste te maken met het voer in z’n handen, maar het was in ieder geval erg leuk om ze van zo dichtbij te zien.

Na ons walibie bezoek werd het toch echt tijd om naar het zuiden te reizen. Australie is namelijk nogal groot dus je bent zo maar niet aan de andere kant. Daarnaast wilden we in het zuiden ook nog het een en ander zien. Met enige tegenzin zijn we dus afgereisd. Tegenzin omdat, in tegenstelling tot jullie kant van de aarde, het weer hier slechter wordt als je zuidwaarts gaat. Van 25 graden en zonnig naar 15 graden en bewolkt…

Het plan was om via de Outback naar Adelaide te rijden. Natuurlijk een schitterend plan en we hebben het daarom gelijk uitgevoerd. Na een paar honderd kilometer kwamen we er echter achter dat de meeste wegen in de Outback helemaal niet verhard zijn. Klein detail. Hadden we misschien even naar moeten kijken. Maar goed, we stonden er nu toch en met Belgie als buurland ben je wel wat gewend zou je denken. Wij gewoon die onverharde weg op gegaan dus… En weer terug gekomen. Met 50 over een zandpad hobelen in een oud busje vol met flessen, bestek en service is net zo comfortabel als het klinkt. We trilden echt alle kanten op en Elmar hebben we pas twee dagen later helemaal achterin
het busje terug gevonden.

Verstandig als we zijn hebben we de rest van de reis zorgvuldig uitgestippeld. Uiteindelijk zijn we zo ver mogelijk de Outback in gegaan zonder de verharde wegen te verlaten. De angst dat we hierdoor de echte Outback zouden missen bleek ongegrond. We hebben letterlijk duizenden kilometers door een droog en dor landschap gereden. Kilometers lang zagen we alleen maar dor gras en droge (rode) grond. Hier en daar stonden wat bomen, maar daar had je ook alles mee gehad. Verder was het continue rechtdoor rijden met om de paar honderd kilometers een tankstation. Dat klinkt misschien saai, maar het is toch wel iets bijzonders. Wij kunnen geen gebied in Europa bedenken dat een beetje in de buurt komt. Alles is zo ontzettend wijds en afgelegen. Radio was dan ook niet te ontvangen, maar gelukkig hadden
we een driedubbele cd vol met rock classics. Allemaal kneiterharde hits uit de jaren 80 met meezingers als ‘The power of love’ en ‘Total eclipse of the heart’. Ontzettende ruk muziek dus, maar na duizend kilometer rechtdoor rijden zing je alles mee.

Na twee dagen rijden kwamen we onze eerste fantsoenlijke stad tegen: Broken Hill. Daarvoor waren we ook al wat plaatsjes tegen gekomen, maar deze waren ontzettend klein en/of ontzettend arm. Dorpjes waar wij als buitenstaanders toch wel even goed werden bekeken. Niet iets waar je gezellig een dagje blijft dus. In Broken Hill was dat wel anders. Dit is een redelijk grote stad met veel industrie. De stad is ontstaan doordat hier vroeger veel zilver werd gevonden en nog steeds heeft het de grootste zilvermijn ter wereld. In deze stad zijn we weer van ons reisritme afgestapt. Niet meer hele dagen rijden, maar ook wat ondernemen. Bijvoorbeeld een rondleiding door de oudste mijn van Broken Hill. De rondleiding stelde niet heel veel voor (nog geen uur lang), maar het was leuk en interessant om te zien hoe ze vroeger in de mijnen werkten. Op aanraden van onze gids zijn we daarna naar Silvertown gegaan. Een kleine dorpje midden in het uitgestrekt Outback landschap. Het leek zo uit een western film te komen, inclusief western bar. Dat was ook gelijk het laatste dat we van de Outback hebben gezien, want daarna zijn we op weg gegaan naar Adelaide.

Na een rit van ongeveer 500 kilometer waarin het landschap langzaam groener werd, stonden we met ons busje in Adelaide. Qua grote is deze stad te vergelijken met Brisbane. Met ongeveer een miljoen inwoners is het groter dan Amsterdam, maar een wereldstad is het niet te noemen. Verder staat het vooral bekend om zijn musea en wijnen. Omdat die Lange leeft bij het motto ‘een goede wijn is nog geen bier’ hebben wij het maar bij een museum gelaten. Om precies te zijn het luchtvaartmuseum. Lekker een ochtend vliegtuigen bekijken, pilootje spelen en aan knopjes zitten. In dit museum kwamen we er ook achter dat Elmar zeker een centimeter korter dan Koen is. Elmar kon namelijk veel
verder onder een vliegtuig door lopen zonder zijn hoofd te stoten. Die lange deed ook mee, maar stond natuurlijk al gelijk aan het begin geparkeerd. Na dit voorval heet Elmar dan ook officieel ‘dat kleintje’. Gelieve hem zo aan te spreken als jullie hem nog eens zien in Nederland.

Na ons bezoek aan het museum zijn we met de reis naar Melbourne begonnen. Tijdens het eerste deel van die route hebben we ‘blue lake’ bezocht. Dit meer in een vulkaankrater is tot op de dag van vandaag een wetenschappelijk raadsel. In de zomer kleurt het water helder blauw terwijl het in de winter langzaam grijs wordt. Gelukkig waren wij er in de winter zodat we van de spectaculaire blauwe kleur niets gezien hebben. Toch was het uitzicht ook in deze tijd van het jaar de moeite waard.

Het tweede deel van de route naar Melbourne bestond uit de Great Ocean Road. Een van de mooiste kustwegen ter wereld aangeleg door eerste wereldoorlog veteranen. Naast een ontzettend mooie route is het gelijk een monument voor diezelfde veteranen. Voor ons was het vooral het laatste deel van onze Australie reis. Vol verwachtingen, maar toch ook een ietwat sentimenteel zijn we daarom aan deze reis begonnen.

Al snel werd duidelijk dat onze reisgidsen niet gelogen hadden. De 300 kilometer lange route is inderdaad heel indrukwekkend. Het eerste deel bestaat vooral uit een hoge rotskust. Overal zijn vreemde rotsformatie door de golven uitgehouwen en de zee was behoorlijk wild. In dit gebied worden ook veel walvissen gezien, maar niet door ons. Misschien hadden we iets langer bij het uitkijkpunt moeten blijven, maar daar was het weer niet naar. Voordeel van dit weer was wel dat het niet zo druk was. Als we een bijzonder punt langs de route gingen bekijken was het meestal heel rustig. Alleen bij de 12 apostelen (12 rotsen in de zee waarvan er inmiddels nog maar 8 staan) was het ontzettend druk.
Hier kwamen bussen vol met Aziaten die werkelijk overal foto’s van maakten. Staan ze 300 meter van de ECHTE 12 apostelen af, gaan ze een foto maken van een RECLAMEBORD! Eentje maakte zelfs een foto van het wc gebouw. Moet hij natuurlijk helemaal zelf weten, maar daar zakt bij ons de broek wel van af. Omdat dit nogal moeilijk loopt zijn wij toen
maar weg gegaan. Onze foto’s zijn trouwens wel de moeite waard.

Na de Twaalf apostelen verliet de great oceaan road de kust even om het regenwoud in te gaan. Ook hier zijn we rustig doorheen gereden en toen we er uit kwamen zijn we een slaapplek gaan zoeken. De volgende dag zijn we aan het laatste deel begonnen. Hier kronkelde de weg letterlijk langs de zee en dit was misschien wel het mooiste stuk. Op dit deel zijn we ook onze eerste en enige wilde koala tegen gekomen. Hij zat aan de rand van de weg en hij was niet van plan om weg te gaan. Dat de auto’s hem moesten ontwijken boeide hem helemaal niks. Echt ongelooflijk hoe makkelijk en rustig die beesten zijn. Nergens van onder de indruk. Na wat foto’s te hebben gemaakt wilden we hem wegjagen (hij zat nog steeds op de weg), maar het deed hem weinig. Een toeterend busje? Hij keek geen eens om. Een schreeuwende Elmar? Kreeg
hij een beetje kriebel van onder z’n oksel. Uiteindelijk hobelde hij toch maar naar de bosrand, maar ik betwijfel of dat door ons kwam.

Na de great ocean road zijn we Melbourne ingereden. Gewoon om Melbourne bij nacht eens te zien. Daarna hebben we het busje in de buurt van het vliegveld gezet en was onze roadtrip door Australie echt voorbij. Alles bij elkaar hebben we zo’n 7800 australische kilometers afgelegd. Hemelsbreed is dat de afstand tussen Rotterdam en Willemstad, Curacao! De volgende dag hebben we het busje uitgeruimd en zijn naar het vliegtuig gegaan. Daar is die Lange op het vliegtuig naar Amsterdam gestapt. Na de paspoortcontrole liet hij zich nog even zien om daarna niet meer terug te komen. Zijn maat 52 is het laatste wat we van hem zagen…

Wij zijn nog een paar dagen in Melbourne gebleven en hebben daar ons busje ingeleverd. Hoewel ons bezoek maar een paar dagen was hebben we redelijk wat gezien. De eerste dag hebben we een balletje getrapt op baan 18 van de Australian open en de botanische tuinen bekeken. De tweede dag zijn we naar het Melbourne museum geweest met o.a. een tentoonstelling over de Titanic. Die nacht hebben we een taxi naar het vliegveld genomen en om 7:15 zijn we naar Auckland vertrokken. We hadden die nacht niet geslapen en dat was te merken in het vliegtuig. Nog voor het opstijgen lagen we al te slapen en we werden pas wakker toen we hoog in de lucht zaten.

In Auckland zijn we nu een paar dagen. Het lijkt hier veel op Australie, maar Auckland is lang niet zo boeiend als Melbourne. Eigenlijk is het niet zo’n bijzondere stad, maar we blijven hier nog een nachtje zodat we het Nederlands Elftal kunnen bekijken. Morgen gaan we weer een Wicked van huren  zodat we het Noordelijke eiland kunnen verkennen. Daarna nemen we waarschijnlijk een vliegtuig naar het veel mooiere Zuidelijke eiland. Onderweg hopen we ergens te skydiven en gletsjers te bezoeken. Maar goed, dat horen jullie dan wel weer. Wij gaan ons nu opmaken voor Nederland-Denemarken.

Groeten,

Elmar en Koen

Ps. het volgende bericht staat onder het kopje Nieuw-Zeeland.

Tweede week Australië

May 27, 2010

Beste mensen,

We hebben weer een Mc Donalds gevonden dus tijd voor een update. De eerlijkheid gebied te zeggen dat we bijna dagelijks in de Mac te vinden zijn. We hebben namelijk ontdekt dat een ijsje maar 50 cent kost en je vervolgens alles op kan laden en op internet kan om bijvoorbeeld te kijken of er nog reacties op de website staan. Dit is de enige mogelijkheid omdat we nooit op betaalde campings willen staan in het kader van ons budget.

De tweede week zit er ook alweer op en we hebben al vrij veel gedaan. We trekken nog steeds lekker met ons busje door Australië. We leggen enorme afstanden af en dus wordt die lange regelmatig vervangen door een kleine (Elmar). Die lange heeft dus ook al een paar keer mogen duwen (de achteruit werkt nog steeds niet), wel zo eerlijk. We rijden bijna alleen maar ’s avonds. Het is hier namelijk rond 6 uur donker en dan kunnen we niets meer doen. We rijden regelmatig 350 km op een avondje. In ons contract staat dat we ’s avonds niet mogen rijden, maar goed ze kunnen alles wel in het contract zetten.

De afgelopen week zijn we naar een aantal national parks geweest. In één park konden we zwemmen tussen de rotsen en daar uiteraard ook vanaf springen en duiken. Een vriendelijke man wees ons op een plaats 500 meter verderop waar hoge rotsen en diep water zou zijn. Wij daar uiteraard gelijk naar toe en na een stevige klim over rotsen en watervallen (het is droogseizoen dus het waren geen schokkende watervallen) kwamen we op deze plaats aan. De man had volkomen gelijk en we hebben ons de rest van de middag hier vermaakt (zie foto’s). Op de terugweg zagen we een slang tussen de stenen liggen. Het was niet zo’n grote maar hij was behoorlijk fel. Nu probeerden wij hem ook met een stok uit zijn schuilplaats te halen dus dat was waarschijnlijk de reden. Omdat onze kennis over slangen niet heel groot is hebben we hem verder maar met rust gelaten.

We hebben inmiddels drie dagtochtjes erop zitten. De eerste was naar Great Keppel Island. Hier zou je heel mooi kunnen snorkelen dus wij met de ferry er naar toe. Het weer was slecht (alleen maar bewolking) en dus was het zicht onder water niet best. Later op de dag konden we toch nog wat zien en was het voor die lange (die nog niet eerder had gesnorkeld) best mooi. Voor die twee verwende ventjes was het na al die snorkelpartijen in Thailand niet meer zo bijzonder. Wel zagen we nog een aantal pijlstaartroggen. Steve Irwin (die beroemde Australiër die op krokodillen ging zitten enzo) is overleden aan zo’n beest. Wij hebben het overleefd dus we kunnen bij deze stellen dat wij betere survivors zijn dan Steve Irwin.

De tweede tocht was naar de Whitsunday Islands en bestond uit twee snorkelplaatsen en een bezoek aan één van de eilanden. Toen we wakker werden was het weer enorm bewolkt en dus zagen we ook deze trip weer in het water vallen. We werden opgepikt door pino de patser en de moed zakte volledig in onze schoenen. Bij de boot aangekomen bleek dat we gingen raften (niet zelf roeien, maar met een opblaas speedboot), terwijl wij dachten dat we met een gewone boot gingen. We hadden het achteraf wel kunnen weten want de tocht had als naam: ocean rafting nog wat. Het raften was een enorme meevaller en ging door het slechte weer behoorlijk te keer. Ondanks het slechte zicht was het snorkelen super mooi en zagen we een vis van 2 meter lang. Die lange was er een kleintje bij. Het eilandje was schitterend zoals te zien op de foto’s. Al met al toch nog een geslaagde dag.

Onze derde tocht was verreweg de beste. Het personeel op deze boot was heel aardig en relaxt en niet zulke patsers als op de andere tocht. Tijdens deze tocht zijn we gaan snorkelen op het beroemde Great Barrier Reef. Naast het snorkelen kregen we ook een introductieles duiken. Deze les duurde een half uur, waarvan 20 minuten echt duiken. We hadden het vrij snel onder de knie al was het ademen tijdens het oefenen onder water best raar. Toen we eenmaal echt gingen duiken ging dit eigenlijk vanzelf. Naast deze 20 minuten duiken zijn we op twee plaatsen 1,5 uur wezen snorkelen. De eerste plaats had veel koraal en enorm veel (grote) vissen. Mooier dan we in Thailand hebben gezien. Die lange en die kleine (Elmar) waren lekker aan het snorkelen toen we opeens Koen vol enthousiasme hoorden roepen. Had die blonde een haai gezien op 1,5 meter van zijn neus. Wij een half uur lang naar die haai zoeken maar helaas….niet meer gevonden. Op de boot (op weg naar snorkelplaats 2) had Koen het alleen maar over de haai. Net toen we op het punt stonden hem overboord te gooien waren we bij de tweede snorkelplaats. We duiken het water in en wat zien we binnen 5 minuten… een haai!! We zijn door het dolle heen en kunnen ook deze van ons lijstje met wilde dieren vinken. We hebben inmiddels in het wild gezien: een haai dus, een slang, kangaroe’s (inmiddels al een stuk of 10),een dingo, papagaaien en een pijlstaartrog. Na wat rond gesnorkeld te hebben zien we ook een (hele relaxte) waterschildpad. Ook deze kunnen we dus van ons lijstje vinken. Op dit moment resten alleen nog een wilde koala en een krokodil. De laatste snorkelplaats was zo mogelijk nog mooier dan de vorige en die 1,5  uur was zo voorbij.

De drie verschillende dagtrips hebben we uiteraard op verschillende plaatsen gedaan. We zitten nu in de buurt van Cairns zo’n 1300 km ten noorden van Brisbane (waar we begonnen zijn). Er staat al 2500 km op het tellertje van ons busje. En dat met een snelheid van 80 km/uur (harder is onverantwoord met dit busje).

Verder gaat alles super goed met ons. We stoppen er af en toe een stranddagje tussen om van alle inspanningen te bekomen. ’s Avonds maken we gretig gebruik van de gratis kookplaten die overal aanwezig zijn. Ons busje trekt het ook nog redelijk, alleen het slapen blijft lastig. Een plaats vinden om het busje neer te zetten is goed te doen dankzij een boek met daarin alle gratis kampeerplaatsen in heel Australië. Helaas zitten die niet altijd in de buurt van waar we moeten wezen en dus hebben we ook het wildkamperen geïntroduceerd. Zoals met alles zijn we hier ook alweer aan gewend en zijn we ook hier weer iets te makkelijk in geworden. Zo hadden we afgelopen nacht het geniale idee om op een veldje naast een camping te gaan staan zodat we de volgende dag daar konden douchen. Toen we ’s ochtends wakker werden zat er een mooi papiertje tussen de ruitenwissers. Iets over dat je niet mag wildkamperen enzo. We staan nu geregistreerd en als we het nog een keer doen kunnen we een boete krijgen tot maximaal 5000 dollar. Dit geldt alleen voor Cairns en omgeving. Hier zijn we binnenkort toch weer weg dus geen probleem. Uiteraard hebben we ons plan wel gewoon doorgezet en zijn we de camping binnen geslopen. Op weg naar de douches vriendelijk tegen iedereen goedemorgen gezegd alsof we al weken op de camping staan. Helaas moest je een sleutel hebben om de douches binnen te gaan en dus ging ons plannetje niet door.

Het busje is eigenlijk te klein om met drie man in te slapen. Zo hebben we het keukentje naar één kant geschoven zodat die lange zijn benen aan de andere kant kwijt kan. ’s Nachts worden we regelmatig wakker en liggen je lepeltje lepeltje met iemand waarvan je nooit gedacht had ooit lepeltje lepeltje mee te liggen. Ook heb je regelmatig iets in je oog ’s nachts. Als je dan kijkt blijkt het de arm van je buurman te wezen. Aan de andere kant is dit het echte backpacken en we hebben er behoorlijk lol in.

We blijven nog een paar dagen in de omgeving van Cairns en gaan dan aan een echt avontuur beginnen. We gaan namelijk ons busje door de Outback voeren richting Adelaide. Dit is een tochtje van 2800 km door de Outback waar verder niet veel is. We zijn dus ook lege flessen aan het sparen om benzine in te doen en zullen veel eten en drinken meenemen. We zijn van plan om het in één stuk te rijden en alleen te stoppen om eten te maken en even wat te drinken. We gaan om de beurt rijden en Koen gaat dus binnenkort zijn eerste meters in het busje maken. We gaan in sets van 4 uur rijden. Dus 4 uur als bijrijder, 4 uur rijden en dan 4 uur slapen. Zo hopen we in twee dagen de tocht te maken. 2800 km met een snelheid van 80 km/uur is al snel 35 uur. Tel daar alle stops bij op en we zijn twee dagen verder. De route is niet heel lastig. We hebben de routeplanner bekeken en dat is vrij eenvoudig. Zo moeten we op een gegeven moment na 1270 km rechtsaf. Je zal net de afslag missen…

Hopelijk zijn jullie weer een beetje op de hoogte. Eefje had overigens goed door wie welk stukje typt. Nu kent ze haar tweelingbroer natuurlijk door en door. Voor degene die niet de tweelingzus van Koen is en toch benieuwd is wie wat geschreven heeft, je kunt het ook zien aan de namen op het laatst. De laatstgenoemde is de auteur. Eefje heeft overigens wel concurrentie want bij iedere dagtrip vragen ze standaard of we broers zijn. Op één of andere rare wijze denken ze niet dat die lange een broer van ons is.

Groetjes,

Die lange, Koen en Elmar.

Hong Kong en eerste week Australie

May 20, 2010

Hallo  allemaal,

Daar zijn we dan weer. Volgens onze informatie hebben we jullie achter gelaten in Ayutthaya, Thailand. Hoogste tijd voor een update dus.

Zoals we al schreven was Ayutthaya onze eindbestemming in Thailand. Vanuit daar hebben we een minibus naar het vliegveld genomen. Het reserveren van een minibus bleek een goede beslissing, want we waren ruim op tijd op het vliegveld. Misschien hadden we geluk, misschien hadden we de enige Thai met organisatorisch vermogen, maar voor het eerst sinds ons verblijf in Thailand ging alles in één keer goed. Er waren geen files, ze brachten ons naar het goede vliegveld en ze waren op tijd. Mja, waarschijnlijk hebben we gewoon geluk gehad. Geen overbodige luxe trouwens als je op het vliegveld wordt verwacht voor een internationale vlucht.

De vlucht zelf was niet zo bijzonder. Wachten, inchecken, wachten, naar het vliegtuig, wachten, opstijgen, zitten en drie uur later op Hong Kong International uitstappen. We beginnen al aardig ervaren te worden in het reizen via het luchtruim. Ook in Hong Kong ging alles voortvarend. Het hostel hadden we al geboekt via internet waardoor we een adres en route beschrijving hadden. Even de juiste bus opzoeken en je staat ook weer gewoon voor je nieuwe tijdelijke thuis. De eerste indruk van ons nieuwe tijdelijke thuis was alleen niet zo positief. Zodra we in de buurt kwamen werden we besprongen door groepen Pakistanen. Ons hostel bleek namelijk in een toren te zitten samen met nog zo’n dertig hostels. Elke toerist werd daardoor belaagd door vage gasten van een nog vager hostel. Nu was onze irritatiegrens al redelijk bereikt in Thailand, maar deze gasten deden er nog een schepje bovenop. Ze vonden het zelfs nodig om ons in de goede richting te duwen. Moet je bij ons dus niet mee aankomen. Duidelijke taal in zowel Engels als Nederlands was hun deel en niet veel later zaten wij opgelucht op de goede kamer. Sommige dingen moet je gewoon niet opkroppen. Onze kamer was trouwens ontzettend goedkoop en lag aan de bekende Nathan road. Daar willen we het eigenlijk bij laten…

Hong Kong zelf was bovenverwachting leuk. We hadden verhalen gehoord dat het chaotisch, hectisch en vies was, maar dat bleek heel erg mee te vallen. De meeste tijd hebben wij doorgebracht op Hong Kong Island en daar hadden wij helemaal niks te klagen. Het was schoon, goed onderhouden en heel indrukwekkend. De ene toren is nog hoger dan de andere. Eigenlijk veel te hoog om het goed te kunnen bevatten. Daarom zijn we de eerste dag  met een kabeltram naar The Peak gegaan. Dat is een heuvel/berg net naast de stad vanwaar je een schitterend uitzicht hebt. Zo staat het tenminste in de reisboeken. Bij ons viel het uitzicht ietwat tegen omdat het een beetje mistig was. Niet heel erg hoor. Toen we boven aankwamen konden we nog zeker twee meter kijken.

Om onze teleurstelling een plaats  te geven zijn we na The Peak in de tram gestapt. Dit is een erg goede manier om Hong Kong Island te verkennen. Boven in de dubbeldek trams heb je mooi zicht op de stad en je komt op plaatsen waar je anders niet zo snel zou komen.  Daarnaast is het ook een ontzettend goedkope manier met een kostenplaatje van maar 20 eurocent per rit. Daar kan je natuurlijk niet voor lopen. Wat dat betreft hadden we de hele dag wel in de tram willen zitten. Toch zijn we op den duur de stad maar lopend gaan verkennen. Tegen de avond werd het weer wat beter en zijn we opnieuw naar The Peak gegaan. Dit keer was er geen mist en hadden we een schitterend uitzicht op nachtelijk Hong Kong. Echt een beeld dat je niet snel meer vergeet.

De volgende dag zijn we weer op de boot gestapt. Om van Nathan Road naar Hong Kong Island te gaan moet je namelijk het water over. Dit kan via een brug, maar als geroutineerde Zeelandbruggangers kan dat ons niet boeien. De veerboot is dan toch een betere optie, vooral als het een historische boot is. Bovendien wordt je gratis voorzien van een mooi uitzicht op Hong Kong. Geen straf dus, deze veertocht. Op het eiland aangekomen hebben we het rustig aangedaan. We zijn het hoogste gebouw van Hong Kong ingegaan. Hoewel we alleen naar de 55e verdieping konden gaf dit alweer een prachtig uitzicht. We zouden er bijna gewend aan raken. Daarna zijn we een film gaan kijken in dezelfde toren. Gewoon omdat we daar zin in hadden. ’s Avonds zijn we Nathan Road ingeslagen. Even wat benodigdheden kopen en onze afdingtalenten bijschaven. Eigenlijk een redelijk normale dag, maar dan in Hong Kong. Wat hebben we het toch zwaar.

De laatste ochtend in Hong Kong stond in het teken van onze reis naar Brisbane. Eerst van Hong Kong naar Singapore, daarna van Singapore naar Brisbane. Met zo’n acht vlieguren een eitje voor doorgewinterde reizigers. Zo dachten wij er ook over, maar echt doorgewinterd zijn we toch nog niet. De reis van Hong Kong naar Singapore ging vlekkeloos. De overstap in Singapore iets minder. Ze hadden daar namelijk van alles om de reizigers bezig te houden. Het duurde dan ook geen half uur voordat wij achter twee computers tegen elkaar zaten te spelen. Hoewel het natuurlijk schitterend is om elkaar toeterend aan te rijden in een computerspel, is het ook wel handig om de tijd in de gaten te houden. Iets wat wij niet gedaan hadden. Nog net op tijd kwamen we bij de gate aan en konden we vertrekken… Niet dus. Blijkbaar hadden we opnieuw in moeten checken. Hadden wij dus niet gedaan en daardoor stond onze bagage nog ergens wortel te schieten op het vliegveld. Uiteindelijk kostte het heel veel telefoontjes en twee jaar van ons leven, maar toen zaten ook wij in het vliegtuig. Over onze bagage alleen geen woord. Wel hoorden we ze zeggen dat de bagage in Rusland zat. Heerlijk om zulks te horen als je net het vliegtuig instapt (veel te laat waardoor het vliegtuig een half uur vertraging had). Op Brisbane Airport was het dan ook de grote vraag of we onze backpacks zouden vinden. Bij de lopende band werd onze grootste angst langzaam werkelijkheid. Klinkt dramatisch, maar dat was het voor ons ook. Gelukkig rolden er helemaal op het laatst, toen de boel al een kwartier stil stond, nog twee rugtassen de band op. Huilend van blijdschap vielen we willekeurige omstanders in de armen om daarna in de achterwaartse polonaise door de douane te gaan. Misschien was het iets minder uitbundig, maar we waren in ieder geval heel erg blij. Het feest werd helemaal compleet toen Eelco (vanaf nu noemen we hem gewoon die Lange, want dat zijn we zo gewend en hij is ook gewoon heel lang) op ons stond te wachten. Na een bijpraatsessie van ongeveer een uur zijn we een hostel in Brisbane gaan zoeken.

Brisbane zelf is niet heel bijzonder, maar op zich wel netjes en modern. We hadden het daar wel een poosje vol kunnen houden, maar Australie is nogal groot en onze tijd nogal gelimiteerd. Na een dagje in Brisbane en een nachtje op een dormroom zijn we daarom gelijk een campervan gaan regelen. Hoewel die van ons heel goedkoop is, is campervan een groot woord. Omgebouwd schildersbusje dekt de lading beter, hoewel ontzettend rukding ook dicht in de buurt komt. De zekering van de radio vliegt er bij elke bocht uit en ook de achteruit heeft het inmiddels begeven. Op elke parkeerplaats worden de omstanders dus verblijdt met een lange lerp achter het stuur van een busje dat door twee kleine ventjes naar achter wordt geduwd. Waarom die Lange altijd achter het stuur zit weten we niet. Noem het een handicap, noem het een kwaliteit, maar hij hoeft in ieder geval nooit te duwen.  We zijn door de verhuurder ook al naar een garage gestuurd, maar de Australier daar was niet zo onder de indruk. Het repareren zou volgens hem veel te lang duren dus moesten we maar gewoon duwen. Dit vonden wij zelf ook het minst slechte idee. We hebben namelijk geen zin om een paar dagen op de reparatie te wachten. Voorlopig komen we dus wel aan onze dagelijkse portie beweging. De zekering van de radio heeft hij trouwens wel gemaakt. Dat dan weer wel.

Voor de rest is onze reis door Australie een groot avontuur. Hoewel het een rukding is en er 380.000 kilometer op de teller staat, brengt het busje ons waar we willen. Van de heuvels tot de kust. We komen overal en toch al snel 70% van de tijd zonder problemen. Zo zijn we gelijk de eerste camperdag van Brisbane naar Little Yaba creek gereden. Dit is een gratis camping ergens in de heuvels. De volgende morgen zaten we weer vol goede moed in ons busje. Na een paar startpogingen werd echter snel duidelijk dat de accu van ons busje minder goede moed had. Gelukkig kon de Australische buurman ons helpen. Een uur later reden we met een volle accu, een nieuwe waterpomptang, een nieuwe schroevendraaier en ontzettend veel informatie weg. De Australische medemens is namelijk niet te beroerd om je te helpen. Het is echt ongelooflijk hoe behulpzaam, relaxt en aardig iedereen is. Overal worden we geholpen en iedereen groet ons. Als we bijvoorbeeld ongemerkt verkeerd geparkeerd staan duurt het echt geen half uur voordat een oud mannetje ons komt waarschuwen voor de politie.

Na Little Yaba Creek zijn we naar Noosa Heads gegaan. Daarna zijn we via Gimpy in Rainbow Beach beland. Daar hebben we twee dagen doorgebracht om vervolgens 300 kilometer verder in Mullgildie te overnachten. Inmiddels zijn we na weer heel wat kilometers in Rockhampton terecht gekomen. In de tussentijd hebben we stukken regenwoud, kust, bos, heuvels en een 600 meter hoog zandstenen plateau gezien. Afgezien van het feit dat we al twee keer bijna zonder benzine hebben gestaan, gaat alles goed. Slapen doen we op gratis campingplaatsen en koken doen we op gratis gas bakplaten. Reizen doen we vooral ’s avonds zodat we overdag nationale parken, stranden of andere interessante plaatsen kunnen bezoeken. Overdag is hier trouwens niet lang. Doordat het hier winter is wordt het al rond half zes donker. Het is dus vroeg opstaan als je iets wilt doen.

Zoals jullie misschien al merken is het moeilijk om alles wat we doen hier te beschrijven. We slapen altijd ergens anders, leggen heel veel kilometers af en zien ontzettend veel. De ene dag zijn we aan het bodyboarden in de golven van de Grote Oceaan, de andere dag maken we een kilometers lange wandeling door het bos. Zelfs tijdens het rijden zien we ontzettend veel. De kangaroe-teller staat inmiddels op drie, de dingo-teller op twee en de wilde papagaaien zijn niet te tellen. Alleen de koala weet zich nog verdacht goed afzijdig te houden. Dan hebben we het trouwens wel over wilde dieren. In de Rockhampton zoo hebben we vandaag al koala’s gezien en geaaid, maar dat telt natuurlijk niet mee. Als we een wilde koala kunnen fotograferen krijgen jullie hem gelijk te zien. Hetzelfde met wilde kangaroe’s. Die keren dat we een kangaroe zagen waren ze namelijk te snel om te fotograferen. Dode kangaroe’s zien we trouwens veel vaker (ze worden veel aangereden), maar die zetten we niet op de foto. Hoewel ze over het algemeen niet zo snel meer zijn vinden we het een beetje luguber.

Het vervolg van onze Australië reis weten we alleen nog maar in grote lijnen. Vanaf hier willen we verder naar het noorden (Cairns) om vervolgens via de Outback, Adelaide en the Great Ocean Road naar Melbourne te gaan. Onderweg willen we o.a. nationale parken, The Great Barrier Reef en de Uluru (die grote rots midden in Australie) zien. Een andere belangrijke toeristische trekpleister wordt voor ons de Mac Donalds. We hebben namelijk ontdekt dat je hier gratis internet en stroom kan krijgen. Eens in de zoveel dagen zullen we daar de boel dus leegtrekken om alles weer op te laden en jullie van een nieuw stukje te voorzien. Lang leve de Mac Donalds.

En dat was het weer voor deze aflevering. Succes met jullie bezigheden in Nederland en tot de volgende keer.

Groetjes,

Elmar, die Lange en Koen

 

Sneak preview Australie

May 15, 2010

Beste mensen,

Na een paar dagen Hong Kong (er staan foto’s onder het kopje: Hong Kong) zijn we aangekomen in Australie. We hebben met zijn drietjes de goedkoopste camper ooit gehuurd en zijn nu aan het rondtrekken door Australie. We komen op plaatsen waar de radio en telefoons geen ontvangst hebben. Er zijn ook geen douches en dus zeker geen internet. We zitten nu in de mc Donalds dus vandaar dat we nu even wat van ons laten horen.

Het verhaal over Hong Kong en onze eerste dagen in Australie zal zo snel mogelijk op de site komen. We kunnen alvast wel verklappen dat Australie helemaal geweldig is en ook Hong Kong was super leuk. Om jullie niet helemaal met lege handen naar huis te sturen hebben we alvast een foto voor jullie.

Liefs,

Koen, Eelco en Elmar.

Australie

December 19, 2009

Van 12 mei tot 12 juni zijn wij te vinden in Australie. Als alles volgens plan verloopt zal Eelco ons deze maand vergezellen. Reisverslagen en foto’s zullen tijdens deze periode hier te vinden zijn. Even geduld dus nog….

Liefs,

Koen en Elmar.


Follow

Get every new post delivered to your Inbox.